Mijn coming-out in een reformatorische omgeving – Column

De eerste keer dat ik echt verliefd werd, was ik 16. Zij was onbereikbaar. Mijn gevoelens heb ik nooit tegen haar geuit, maar mijn verliefdheid maakte één ding heel duidelijk: ik val op vrouwen. En dat was een probleem want ik was een strenggelovige reformatorische christen.

Ik groeide op in een reformatorisch gezin op één van de Zuid-Hollandse eilanden. We moesten ons houden aan strenge leefregels. Zo gingen we twee keer per zondag anderhalf uur naar de kerk, moesten vrouwen altijd een rok dragen en was het hebben van een televisie niet toegestaan. Verder zat ik natuurlijk op een christelijke basisschool en middelbare school. Ons werd van jongs af aan geleerd dat het leven in dienst stond van God. Homoseksualiteit bestond, dat wist ik wel. Maar dat ik zomaar op een vrouw verliefd kon worden zonder dat ik dat wilde, dat had ik nooit verwacht.

Door mijn verliefdheid werd ik steeds stiller en verlegener. Ik bad tot God om te vragen of het over kon gaan, probeerde mezelf in te prenten dat het een fase was. Lang hoopte ik dat ik biseksueel was zodat ik mijn gevoelens voor vrouwen kon negeren en toch met een man kon trouwen.

Gedwongen uit de kast

Tegen de tijd dat ik achttien was wist ik het zeker: ik ben lesbisch. Inmiddels studeerde ik en woonde ik door de weeks op kamers. In het weekend was ik altijd bij mijn ouders en het werd hen steeds duidelijker dat ik ongelukkig was. Ik voelde me zo gedeprimeerd dat ik soms niet kon stoppen met huilen, en ik was heel teruggetrokken. Een vriendin van mijn moeder was psycholoog en ze had aangeboden om me te helpen. ‘Meisjes van die leeftijd voelen zich wel vaker een beetje somber.’ Ik nam het aanbod aan want ik dacht dat ik uit elkaar zou barsten als ik tegen niemand zou kunnen praten over mijn gevoelens. Bovendien wist ik dat psychologen beroepsgeheim hebben.

Tijdens het eerste gesprek met de psycholoog vroeg ze me hoe ik me voelde.
‘Niet zo blij.’
‘Waarom denk je dat je je zo voelt?’
‘Dat vind ik moeilijk om te zeggen.’
‘Je weet dat ik je niet kan helpen als je niks zegt?’
‘Ja.’
Daarna bleef ik weer even stil.
‘Ik denk dat ik, ik denk dat ik’ Het woord lesbisch kon ik niet uit mijn strot krijgen. ‘Ik denk dat ik op vrouwen val.’
Even zei ze niks, ik zag paniek in haar ogen. Toen herpakte ze zichzelf. ‘Daar kan ik je niet mee helpen.’ Ze zei dat ik tegen mijn ouders moest vertellen wat er aan de hand was en dat ze me zou doorsturen naar Elios, een stichting voor gereformeerde geestelijke gezondheidszorg. Ik beloofde dat ik het aan mijn ouders zou vertellen, al durfde ik dat eigenlijk niet.

Eerst probeerde ik uit de kast te komen doormiddel van een brief. Ik schreef alles op en legde het op tafel toen mijn ouders weg waren. Voordat ze thuis kwamen haalde ik de brief weer weg. Steeds probeerde ik een manier te vinden om iets tegen ze te zeggen, maar ik durfde niet. Op een avond gingen mijn ouders uit eten met de psycholoog en haar man. ‘En, heeft ze het al gezegd,’ had de psycholoog gevraagd aan mijn moeder. De volgende dag vroeg mijn moeder wat er aan de hand was.
‘Ben je zwanger?’
‘Nee.’
‘Heb je een relatie met een getrouwde man?’
‘Nee.’
‘Ben je lesbisch?’
Op dat punt begon ik heel hard te huilen. Mijn moeder troostte me. Ze zei dat God natuurlijk niet wilde dat ik een relatie zou krijgen met een vrouw. Maar dat sommige mensen nou eenmaal zo gemaakt zijn. Zij vertelde het aan mijn vader, verder zouden ze het tegen niemand zeggen. Ik beloofde een afspraak te maken bij stichting Elios, en dat deed ik ook. Eigenlijk was ik vooral opgelucht dat mijn ouders me nog wilden zien, en nog van me hielden.

Conversietherapie

Ondertussen was ik veel online op een website voor christelijke, lesbische, vrouwen. Daar was men ervan overtuigd dat praktiserend lesbisch zijn en christelijk zijn wel degelijk samen konden gaan. Via die website sprak ik af met Esther, een meisje dat ook lesbisch en gelovig was. Ze woonde in een stadje niet ver van waar ik woonde. Het was heel fijn om met iemand te praten die dezelfde ervaringen had als ik.

De dag van de afspraak bij stichting Elios was aangebroken. De psycholoog daar dacht dat ik er te vrouwelijk uitzag om echt lesbisch te zijn. Ze was ervan overtuigd dat ik lesbische gevoelens had ontwikkeld doordat ik vroeger gepest was. Daarom besloot ze me door te sturen naar stichting Different, waar ze conversietherapie aanboden. Met die therapie proberen ze je homoseksuele ‘gerichtheid’ te veranderen. Ik zei dat ik wel wilde gaan, hier had ik toch om gebeden?

Wat ik haar niet vertelde was dat ik de avond voor mijn afspraak bij Elios een tweede date had gehad met Esther. Sinds de eerste ontmoeting hadden we non-stop contact gehad. Die avond keek ik een film met Esther op haar studentenkamer, en het duurde niet lang voordat we elkaar zoenden. Mijn eerste kus met een vrouw. Ik wilde niet stoppen met haar kussen en haar aanraken.

Toch een relatie

Binnen een paar weken had ik een officiële relatie met Esther, we hadden besloten dat we ons niet konden vinden in de regels van de kerk. De afspraak met Different heb ik nooit gemaakt. Ik wilde niet meer van deze gevoelens af, bij Esther zijn was het fijnste dat ik ooit meegemaakt had. Mijn ouders scheepte ik af met een smoesje over waarom Different niet werkte. Over Esther vertelde ik niks, ik had immers beloofd celibaat te blijven. Soms was ik heel vrolijk vanwege mijn verliefdheid maar vaak was ik ook heel gedeprimeerd omdat ik niet wist hoe ik verder moest.

Een paar maanden hield ik mijn mond over Esther. Toen kreeg mijn moeder vermoedens. Ze vroeg of ik een relatie had met Esther, ik gaf toe dat het inderdaad zo was. Mijn ouders zeiden me dat ik de relatie uit moest maken, dat het zondig was wat ik deed. Ze probeerden me onder druk te zetten maar ik weigerde. Mijn ouders zeiden dat Esther niet bij hun thuis mocht komen. Natuurlijk maakte me dat verdrietig maar ik bleef bij mijn standpunt. Na een paar maanden kwamen ze hier toch op terug, al bleven ze tegen mijn relatie.

Mijn ouders hadden gezegd dat ik tegen niemand mocht zeggen dat ik een relatie had. Dat deed ik ook niet, maar toch begonnen vrienden en familie dingen te vermoeden. Ze begonnen te roddelen en het duurde niet lang voordat het verhaal over mijn lesbische relatie als een lopend vuurtje over het eiland ging. Mensen zeiden niks tegen me in mijn gezicht, ook al wist ik dat ze het afkeurden dat ik een relatie had.

Uit de kerk

De relatie met Esther ging over, we bleken te verschillend. Maar ik was uit de kast. Ik schreef me uit bij de kerk van mijn ouders. Een jaar lang ging ik nog naar een andere kerk waar er meer homoseksuele mensen waren, en waar het geloof niet zo werd bepaald door strenge regeltjes. Toch merkte ik meer en meer dat mijn geloof niet vanuit mezelf kwam maar dat het iets was wat me was opgelegd. Daarom stopte ik met naar de kerk gaan.

Op mijn 21ste kwam ik mijn huidige vrouw tegen. Toen we trouwden waren mijn ouders aanwezig. Een van mijn oma’s was er, mijn andere oma zei wegens haar geloofsovertuiging af. Veel andere familie had dezelfde reden om niet naar mijn bruiloft te komen. Natuurlijk was dat zwaar maar inmiddels had ik een andere vrienden- en kennissenkring opgebouwd, een lieve vrouw en een fijn leven waarin religie en strenge regels geen enkele rol meer speelden en spelen. Met mijn ouders heb ik tot op de dag van vandaag goed contact. Ondanks dat we verschillen qua levensovertuiging weet ik ook dat we van elkaar houden. Het leven is niet perfect maar het is goed zoals het is.

MathildeDeze column werd geschreven door Mathilde. Mathilde schrijft, leest veel en kijkt graag films en series. In het dagelijks leven is ze docent geschiedenis op een middelbare school. Ze is dol op verhalen met een lesbische hoofdpersoon, en als die zich ook nog afspelen in het verleden of de toekomst dan is ze helemaal blij. Je kunt Mathilde volgen op Twitter en Instagram.

Eén gedachte over “Mijn coming-out in een reformatorische omgeving – Column

  • 3 juli 2018 om 15:32
    Permalink

    Ik vind het knap dat je zo open in het leven staat, en ben blij dat je geluk hebt gevonden en je relatie met je ouders nog bestaat en stevig blijkt. Het lijkt me heel lastig om gedwongen te moeten kiezen tussen een geloof met alle zekerheid die dat biedt, en je geaardheid, waar je niets aan kan doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *